“Wat is het dat jou jou maakt. Zijn het je ouders? Je vrienden? Je omgeving? Je huis, je wijk, je stad, je land, je continent? Wat zorgt ervoor dat jij jij bent.”
– Koen Konijn –
Uit: Nachtvlinders
*

In deze Corona tijd lijken we een nieuw verhaal te willen schrijven over ons, over wie we zijn als mensen en wie we willen zijn als samenleving.

We worden dagelijks gebombardeerd met woorden als solidariteit en medeleven. Alles lijkt over het “nieuwe normaal” en “samen zijn we sterk” te gaan. Hartverscheurende berichten over Corona slachtoffers en tegelijkertijd berichten over hartverwarmende Corona initiatieven. Maar hoe je het ook wendt of keert, het blijft een gekke tijd.

Onze ouders worden opgesloten in verpleeghuizen, mensen sterven alleen; oma’s kunnen hun kleinkinderen niet vasthouden en opa’s zijn doodsbang voor elke ontmoeting. Bij mij borrelt de vraag: is dit dat nieuwe normaal?

Mijn zoontje is zeven weken geleden geboren en is sinds zijn geboorte niet in de handen van zijn grootouders geweest. Dat is een logische preventieve maatregel die ik heel erg snap. Maar tegelijkertijd heeft deze maatregel een afstand gecreëerd tussen mij en mijn ouders. Het is steeds meer gaan voelen alsof ze niet bestaan. Dat ze dood zijn. Dat ik wees ben. Die gedachte overvalt me, maakt me treurig. Ik kan me mijn leven helemaal niet voorstellen zonder mijn ouders. Ook omdat ik nog zoveel met ze te bespreken heb.
Over wie ze zijn, over wat hun leven was voor ik er was. Over hun vlucht naar Nederland en of ze spijt hebben dat ze die vlucht hebben moeten maken.
En of ze gelukkig zijn hier?

Ik heb nooit durven kijken achter de sluier. Nooit gekeken in het verleden van mij en mijn ouders. Nooit gevraagd naar hun geschiedenis, naar hun vlucht of naar de mensen die ze achter lieten. Dat is een gevoelig verhaal redeneerde ik altijd. Dat moet ik met rust laten.

Ik heb ook nooit gedurfd achter de hekken van fort Europa te kijken. Naar de mensen die de andere kant van het hek nooit hebben kunnen halen. Naar de onzichtbare gezichten en verhalen die verloren zijn geraakt onderweg naar het Europese paradijs.

In deze corona tijd ben ik veel aan het denken merk ik. Misschien te veel aan het denken. Over mijn ouders, mijn kinderen, onze nieuwe samenleving, solidariteit en de hekken van Europa. Wie zijn we. En wie willen we zijn?

Weet je wat ik laatst dacht “onze solidariteit heeft ook geen paspoort”. Het mag namelijk de grenzen niet oversteken.

Het treurige gezicht van overvolle vluchtelingenkampen met erbarmelijke omstandigheden. Dat is niet genoeg om in actie te komen en bijvoorbeeld maar 500 kinderen uit die kampen hier op te vangen.
Willen we dat? In beweging komen? Of hebben we hier onze handen vol?
En kunnen we niet meer doen dat wat we doen. Een kwestie van overmacht.  Ik hoop dat dat het geval is. Anders ben ik daar ook schuldig aan. Aan lamlendigheid.

Misschien is het zo dat wij nu niet in staat zijn om nog meer zorg aan te kunnen.
Misschien kunnen we niet voor de kinderen zorgen achter de hekken zolang onze ouders hier in gevaar zijn.
Misschien.

Ooit zal deze crises voorbij zijn. Ooit zullen mijn ouders mijn kind in hun handen dragen. En ooit zal het stof van deze crises dalen en alles wat achter de hekken gebeurt zal zichtbaar worden. Dan zal het pas duidelijk worden hoe groot de nood eigenlijk was. En het zal duidelijk zijn dat we het zagen en kozen niet(s) te doen. Daarom sla ik alarm.

George Tobal
Haarlem, 1 juni 2020

*Nachtvlinders zou in juni in première gaan op Oerol